Misschien komt het door de timing, de herhaling of mijn eigen proces — maar het woord “loslaten” roept bij mij regelmatig weerstand op (en waar weerstand zit, zit groei 😉). Niet omdat ik het niet begrijp. Niet omdat ik het niet gebruik. Maar omdat het, als je niet oplet, verandert in een leeg containerbegrip. Net als iets ‘een plekje geven’. Een soort (spiritueel of mentaal) poetsdoekje waarmee we proberen weg te vegen wat eigenlijk gezien wil worden. Voel je iets? Loslaten. Zit je ergens mee? Loslaten. Gedrag, emoties, gedachten, trauma, diagnoses? Los. Los. Los. Alsof het weg is zodra je het visualiseert in een ballon en het met de wind mee de kosmos in stuurt richting 9e dimensionale draken.
Maar wat nou als je helemaal niet kúnt loslaten? Of liever gezegd: wat nou als je het niet hóeft? Wat als het niet gaat om óf vasthouden óf loslaten, maar om een derde optie: anders vasthouden?
Het begon met een kaart
De weekkaart was ‘Loslaten’. En eerlijk? Mijn nekhaar ging al overeind staan bij het woord. Want ik voelde het overal terugkomen: in berichten, in posts, in gesprekken. Alsof het universum met een megafoon tegen me riep: “Laat los!” Maar in plaats van het in de ballon te stoppen en los te laten, zoals zovelen voorstellen, kwam het woord dat ik leerde bij het jaarprogramma van Jennifer weer naar boven: anders vasthouden.
Niet alles hoeft weg. Niet alles kán weg. En veel wil dat ook helemaal niet. Veel wil gewoon gezien worden. Gevoeld. Aangeraakt.
Van hoofd naar handen, van overleven naar leven.
Ik wandelde met Tobi, dacht terug aan een verhaal van een client dat ik me niet meer precies herinnerde. Iets dat me vroeger haarfijn bijbleef. Nu niet meer. En dat vond ik lastig. Gevolgd door een momentje schuldgevoel en schaamte. Vroeger hing ik mijn betrokkenheid op aan hoeveel ik kon onthouden. Details als bewijs van aanwezigheid.
Maar misschien ben ik niet iets verloren. Misschien is er ruimte gekomen. Voor zachtheid. Voor voelen. Voor intuïtie. Mijn hoofd weet niet altijd alles meer, maar ik en mijn lijf voelen steeds meer. En dat betekent ook: minder sturen op kennis, meer vertrouwen op afstemming. En ja, soms moet ik daarvoor m’n ogen sluiten. Om alle prikkels buiten te zetten, zodat ik bij dat dieper weten kan. Soms raak ik iemand niet met kennis, maar met aandacht. Soms herinner ik me geen details, maar voel ik haar kern.
En misschien is dat wel waar het over gaat: dat schuldgevoel niet meer laten regeren. De drang om me te bewijzen — via herinneringen, via details — niet meer leidend laten zijn. Ik zie het, ik voel het, ik herken het. En ik kies ervoor om het op een andere manier vast te houden. Niet meer als bewijs, maar als signaal. Als iets wat onderdeel van mij is. Zodat ik het laadje weer rustig kan sluiten. Dát is voor mij anders vasthouden.
Van hoofd naar handen, van overleven naar leven.
Ik wandelde met Tobi, dacht terug aan een verhaal van een client dat ik me niet meer precies herinnerde. Iets dat me vroeger haarfijn bijbleef. Nu niet meer. En dat vond ik lastig. Gevolgd door een momentje schuldgevoel en schaamte. Vroeger hing ik mijn betrokkenheid op aan hoeveel ik kon onthouden. Details als bewijs van aanwezigheid.
Maar misschien ben ik niet iets verloren. Misschien is er ruimte gekomen. Voor zachtheid. Voor voelen. Voor intuïtie. Mijn hoofd weet niet altijd alles meer, maar ik en mijn lijf voelen steeds meer. En dat betekent ook: minder sturen op kennis, meer vertrouwen op afstemming. En ja, soms moet ik daarvoor m’n ogen sluiten. Om alle prikkels buiten te zetten, zodat ik bij dat dieper weten kan. Soms raak ik iemand niet met kennis, maar met aandacht. Soms herinner ik me geen details, maar voel ik haar kern.
En misschien is dat wel waar het over gaat: dat schuldgevoel niet meer laten regeren. De drang om me te bewijzen — via herinneringen, via details — niet meer leidend laten zijn. Ik zie het, ik voel het, ik herken het. En ik kies ervoor om het op een andere manier vast te houden. Niet meer als bewijs, maar als signaal. Als iets wat onderdeel van mij is. Zodat ik het laadje weer rustig kan sluiten. Dát is voor mij anders vasthouden.
Cruijffiaans omdenken
Om het op z’n Cruijffiaans te zeggen: elk voordeel heb z’n nadeel. Of was het nou andersom? Want het feit dat ik niet meer alles onthoud, brengt me misschien wel dichter bij wie ik ben. Dwingt me om meer te zakken in mijn innerlijke weten. Om te vertrouwen.
Zoals ook in krachttraining: als je te krampachtig een dumbbell vasthoudt, dan begeeft niet je biceps het als eerste, maar je onderarm. Je hand. Het is niet de beweging zelf die faalt, maar de manier waarop je vasthoudt. Hoe meer controle, hoe sneller iets vastloopt.
Dus ja, loslaten. Maar misschien eerst: anders vasthouden.
Apothekerskast – omgaan met herinneringen en innerlijke processen
Mijn leven voelt soms als een apothekerskast. Met honderden laatjes, gevuld met herinneringen, ervaringen, diagnoses, successen en mislukkingen. En geloof me: ik heb vaak gedacht dat ik hem had opgeruimd. Tot ik weer een periode van verlies, verdriet of rouw in ging. Dan sprongen die laadjes weer open, als in een slapstickfilm. Alsof het universum zijn kans schoon zag om te zeggen, “Yo hier zit ook nog wat onverwerkte shit in” Alleen tegenwoordig… gebeurt dat anders.
Niet meer met geweld. Niet meer alles tegelijk. Maar schuivend. Soms een beetje piepend, maar niet ontwrichtend. En dat heeft niets te maken met alles loslaten. Het heeft alles te maken met: anders vasthouden. Met ruimte maken, niet door te wissen, maar door te erkennen, te omarmen en liefdevolle aandacht te geven.
Het verleden hoeft geen ballast te zijn, zolang ik het niet meer als mijn identiteit vasthoudt. Het mag erbij zijn, maar niet de kar besturen.
Herstel is geen rechte lijn – over rouw, verlies en fibromyalgie
De afgelopen weken stonden in het teken van herstel. Van rouw, verlies, pijn. Van Lies, van oude stukken, van diepe processen. En zoals dat gaat, komt er dan ook van alles omhoog. Oude overtuigingen, fysieke klachten, vermoeidheid, fibromyalgie, depressieve gedachten. Laadjes die ik dacht te kennen, maar die me toch weer even verrassen. En ook daar: niet loslaten, maar anders leren vasthouden.
Want het gaat niet alleen om het lijf. Niet alleen om ademhaling of mindset. Niet alleen om zielswerk. Herstel, echt herstellen, vraagt het hele palet. Het lichaam, het hoofd, de ziel, alles. Niet één puzzelstukje, maar het hele bord. En jij mag voelen welk stukje wanneer waar past. Ook als het schuurt. Ook als je er eerst drie keer naast grijpt. En het hoeft zeker niet allemaal tegelijk.
Herstel vraagt bedding, veiligheid en ruimte om (opnieuw) te leren voelen.
In al die processen merk ik telkens weer: ik hoef het niet alleen te doen. Ik hoef niet alles zelf op te ruimen, te begrijpen, te dragen. Soms schuift een laadje open in een sessie. Soms tijdens het wandelen. Soms in de stilte. En steeds vaker in verbinding met anderen. En daarin voel ik hoe belangrijk het is dat er bedding is. Zachte structuur. Ruimte voor wat zich aandient. Niet een programma van tien stappen, maar een veld waarin ik mag landen. Mag voelen. Mag anders vasthouden.
Dat is ook wat ReConnect in essentie is, de bedding waarin ze is ontstaan. Niet het forceren van transformatie, maar het uitnodigen tot verzachting. Tot het her-verbinden met jezelf, je lijf, je gevoelsveld. Niet omdat alles opgelost moet worden. Maar omdat je het niet meer alleen hoeft te dragen. En zodat je vanuit die her-verbinding mag herstellen in je eigen tempo.
Tot slot: ik ben noch mijn kast, noch mijn handtasje
Fibromyalgie, ADD, depressie, trauma, verslaving, burnout. Ze zitten in mijn kast. Maar ook in mijn handtasje. Zoals bij Hermelien uit Harry Potter: het lijkt klein, maar er past eindeloos veel in (IYKYK). Mijn handtasje bevat de uittreksels van die kast — de samenvattingen, de snel toegankelijke stukken. Draagbaar, bereikbaar, altijd bij me. Maar soms, als er echt onderhoud nodig is, als een laadje wringt, piept of openspringt, dan moet ik terug naar de kast zelf. Om op te ruimen, op te schonen, of gewoon even te kijken wat er eigenlijk allemaal nog in zit
Maar ik bén niet wat ik meedraag. Ik bén degene die het draagt. En ik kies steeds opnieuw hoe. Ik hoef het niet meer te laten bepalen wie ik ben. Krampachtig, of afgestemd. Alleen, of samen. Vernauwend, of ruimte gevend. En daar zit voor mij het verschil. Niet in hoeveel ik loslaat. Maar in hoe ik het vasthoud.
En dus kijk ik vandaag, met een traan om Lies en een glimlach in de zon, naar mijn handtasje. Niet als last, maar als draagbare bibliotheek. Vol verhalen, lessen, puzzelstukken. Klaar om opnieuw vast te houden. Maar dan anders. Zacht. Ademend. Echt.
Liefs en een kus!