“Geniet van je dag, leef alsof het je laatste dag is.”

Je kent ‘m vast. Zo’n uitspraak die je op een random tegeltje ziet staan. Of opduikt in een Insta-filmpje, met een kabbelend muziekje, een zonsondergang en een soort wijsheid in sierletters erboven geplakt. Mooie intentie. Vast goed bedoeld. Maar ik las ‘m laatst… en ik voelde direct iets knagen.

Want ergens dacht ik: Ben ik het hier eigenlijk wel mee eens?

En hoe langer ik erover nadacht, hoe duidelijker het werd: nee. Ik geloof niet dat dit de manier is waarop ík wil leven. Niet vanuit het idee dat vandaag zomaar de laatste zou kunnen zijn.

Misschien heeft dat te maken met wat de afgelopen weken op mijn pad kwam. Dingen die dichtbij kwamen. Die emotioneel, rauw en confronterend waren. Een (schoon)vader van een vriendin en vriend die onverwacht overlijdt. Een kennis die door angst voor het onbekende lijkt te bevriezen in plaats van voor het leven te kiezen. Een vriendin die ongeneeslijk ziek is, van wie ik gisteren afscheid heb genomen. En dan heb ik het nog niet eens over de ervaringen en verhalen van mijn dierbaren. Ook die draag ik met me mee.

Het zette me stil. Bij alles. Bij mezelf.

Bij de vraag: Wat ben ik aan het doen? Doe ik nog wel wat mij blij en gelukkig maakt? Voor wie doe ik het?
Of leef ik op routine, op oud verhaal, op pleasegedrag, op het vermijden van verlies of uit angst voor het onvermijdelijke?

En dat is misschien wel de grootste paradox: vanuit angst proberen iets niet kwijt te raken, zorgt er uiteindelijk juist voor dat je iets of jezelf langzaam verliest.

Er zat rouw op. Rouw om delen van mezelf die ik dacht te moeten zijn. Delen die me ooit beschermden, vormden, hielpen. Maar die inmiddels vooral in de weg staan. En dus kwamen er ook keuzes. Soms pijnlijk. Soms bevrijdend. Altijd nodig. Want alleen inzicht hebben is niet genoeg — ernaar durven léven, dat is waar de echte verandering begint.

Want niets doen, is ook een keuze. Maar vaak wel eentje die me klein houdt. Vastzet. Stil laat staan.

Ik moest denken aan een zin die ik laatst hoorde: The old you must die so the new you can be birthed.
Zo’n zin die je misschien ook op een tegeltje vindt, maar die wél klopt. Tenminste, voor mij. Want ik wil niet blijven leven in een versie van mezelf die me belemmert, hoe vertrouwd die ook is.

Dus nee — ik wil niet leven alsof het mijn laatste dag is.

Waarom zou ik op die dag ineens keuzes maken die ik al veel eerder had willen maken? Waarom zou ik het nodig hebben dat ‘morgen misschien niet komt’ om eindelijk wel te durven doen wat voor mij klopt?

Waarom zou ik niet gewoon leven alsof elke dag een cadeautje is?
Een nieuwe kans. Een uitnodiging. Iets wat je niet hoeft te verdienen. Maar wat je wél mag ontvangen. Ja, zelfs als je daar soms een beetje ongemakkelijk in bent (ik steek m’n hand op).

Want leven alsof het je laatste dag is, voelt voor mij als een paniekerige race tegen de klok. Nog snel dit! Nog even dat! Niks missen! Alles meemaken!

Maar het leven is geen to do-lijst. En geen bucketlist die je in 24 uur moet afwerken.

Echt leven is voor mij: aanwezig zijn. Met liefde. Met plezier. Met verwondering. Met een traan op z’n tijd. En vooral: met mezelf.

Van de week postte ik nog een filmpje van mijn bramenplukkende viervoeter. En zoals verwacht kwamen de reacties direct: “Pas op voor wormpjes!” En eerlijk, ik snap het. Echt. Maar ik dacht ook terug aan vroeger, toen ik zonder blikken of blozen een kauwgompje van de stoep raapte. Of gras at. Of zelfs een hand zand uit de zandbak in mijn muiltje schoof (don’t judge me). Ik kreeg dan hooguit te horen: “Uitspugen.” Geen paniek. Geen drama. Geen angst.

Tegenwoordig lijken we zo bang voor de dood, voor bacteriën ach voor eigenlijk alles, dat we van alles verzinnen om ’m uit te stellen. Medicatie, behandelingen, supplementen, operaties. En alle stress die daarmee gepaard gaat, maakt ons vaak ook niet gezonder, maar juist kwetsbaarder. En ja, ik weet het — uitzonderingen daar gelaten. Maar de trend valt niet te ontkennen: het lijkt alsof alles sneller en dichterbij komt. Misschien word ik ouder. Misschien is het écht zo. Misschien allebei.

Dus ja, ik zou bang kunnen worden voor wormpjes. Net zo bang als voor pesticiden. Of voor stress. Of voor wat anderen ergens van vinden. En geloof me, angst is mij zeker niet vreemd. Maar wat ik vanochtend deed? Ik at gewoon bramen. Samen met mijn viervoeter. Zonder sodabadje. Zonder wormeninspectie. Gewoon, bramen, right there and then. En nee, ik ben nog steeds geen fan van die rare zaadjesstructuur, maar ach. YOLO. Of niet, als je in reïncarnatie gelooft.

We gaan toch wel dood.

Of dat nou komt door wormpjes, stress of een inspirerende quote die je ineens doet hyperventileren.

En daarom kies ik ervoor om niet te leven alsof het mijn laatste dag is, maar zoveel mogelijk en steeds vaker alsof vandaag een cadeau is. Iets dat ik met liefde mag uitpakken. Op mijn manier. In mijn tempo. Met wat rommel in het inpakpapier misschien, maar met een strik van intentie.

Ik wil leven vanuit plezier, verwondering, voeding voor mijn lijf, hoofd en ziel. Niet vanuit perfectie. Maar vanuit aanwezigheid. En nee, ik ben daar niet perfect in. Hoef ik ook niet te zijn. Want als ik ergens expert in ben, dan is het wel in herstellen. In rouwen. In het met liefde leren vasthouden van wat mij gevormd heeft, en het met zachtheid durven omarmen van wat niet meer bij me past.

Ik hoef niets los te laten. Alles heeft me gebracht waar ik nu ben. Alles maakt dat ik anderen kan helpen hetzelfde te doen. Of het nou fysiek, mentaal of spiritueel herstel betreft — uiteindelijk gaat het allemaal over hetzelfde: voelen wat ik nu nodig heb. En daar de ruimte aan geven.

Dus nee, ik leef niet alsof het mijn laatste dag is.

Ik leef alsof vandaag een cadeautje is.
En dat pak ik uit.
Op mijn manier.
Met wormpjes, of zonder.

🎁

https://api.whatsapp.com/send/?phone=31628763144&text&type=phone_number&app_absent=0