Van jongs af aan is het een thema: mezelf kleiner maken. Ik heb mezelf ooit aangeleerd dat het veiliger voelde om niet gezien te worden dan wel. Want gezien worden… dat was kwetsbaar. Dat was spannend. En ergens diep vanbinnen voelde ik een oerbehoefte om wél gezien te worden, maar ik heb het jaren onderdrukt. Het werd een kunst: verdwijnen, onzichtbaar zijn.

Tegelijkertijd zocht ik het podium op. In de talentenjacht (terwijl zingen echt niet mijn kracht is), toneel op school, het Europees Jeugdparlement. Het podium was me niet vreemd, maar het was vooral een plek waar ik een rol kon spelen. Waar ik maar een fractie van mezelf liet zien.

Toen ik in herstel kwam van verslaving, begon ik langzaam maar zeker mijn stem terug te vinden. Mijn levensverhaal delen bracht me dichter bij mezelf. Ook in mijn werk bij Defensie vond ik een manier om te spreken, om op het podium te staan. Eerst spannend, later met vertrouwen. Toen volgde mijn bodybuilding-avontuur. Ik stapte voorbij de angst voor oordelen. En damn, wat hield ik van dat podium! Die kracht, die energie… ongekend. Maar ook daar, realiseerde ik me later, speelde ik een rol. Een versie van mezelf. Een deel. Geen geheel.

En daarna? Het gat. Het zwarte gat na het podium. En het gat was er al – het podium was slechts houvast, richting, een doel. Maar toen dat wegviel, bleef ik achter met alles wat ik nog niet had gevoeld of aangekeken. Het contrast was groot. Al die tijd had ik verteld: alles is mogelijk, jij bent de enige die jezelf beperkt. En dat geloof ik nog steeds. Maar wat ik toen liet zien, was maar een deel van het verhaal.

Sindsdien ben ik diep gaan duiken. Familieopstellingen, retraites, (www.Rahealing.com is the best!), GGZ, massageopleidingen, klankschalen, Human Design, Kosmische Schijven… Alles om mezelf te hervinden. En hoe pijnlijk ook, ik heb gevoeld, doorvoeld, geheeld. Het heeft me dichter bij mezelf gebracht dan ik ooit ben geweest. En nu pas zie ik wat anderen al die tijd al zagen. Wat ik zelf nog niet kon erkennen. Wat niet gezien kon worden zolang ik mezelf nog niet écht zag.

Ik ben mijn praktijk gestart. Mijn eigen pad gaan lopen. Mijn missie gaan volgen. En ja, toen kwam het enge deel: mezelf echt laten zien. Niet een rol. Niet een performance. Maar mezelf. Met alles wat mij mij maakt. Ik ben voor mezelf gaan staan, ondanks alle hindernissen die opgeworpen werden.

En dat is spannend. Want ik weet hoe het voelt om terug te kruipen in mijn schild. Zoals toen iemand mij naaapte of opmerkte dat ik te veel postte. En pats! De schildpad kroop terug. Want: onveilig. Bekend. Maar niet meer.

Als iemand mij naaapt, teveel voor iemand ben of te duur voor iemand ben, zegt dat niets over mij. Ik heb iets te brengen in deze wereld. En ik ben er steeds meer van overtuigd dat ik daar ook voor mág gaan staan. Niet omdat ik het verdien, maar omdat ik het waard ben. Omdat het klopt.

In mijn werk neem ik alles mee. Mijn ervaring. Mijn kennis. Mijn verhaal. Mijn schaduw en mijn licht. Mijn handen, mijn hart en mijn kracht. En wat ik doe – met massage, met aanraking, met aandacht – gaat altijd over verbinding. Verbinding met jezelf. Met je lichaam. Met je kern.

En misschien, heel misschien, is dát wel precies waar dat wat nu in ontwikkeling is over mag gaan. Iets moois dat zich langzaam ontvouwt. Iets dat verder mag groeien. Iets dat voelbaar al bestaat – en binnenkort vorm mag krijgen.

Voor nu begint het gewoon met zichtbaar zijn. Met zijn.

 

https://api.whatsapp.com/send/?phone=31628763144&text&type=phone_number&app_absent=0